Schoudertitels

Traditie-insignes op de mouw

Het dragen van stoffen insignes op de mouw is een traditie die begonnen is in de Britse periode; de nucleus van het nieuwe Belgisch leger na de Tweede Wereldoorlog lag immers in Groot-Brittannië. De Britse periode in het Belgisch leger duurde van 1942 tot 1960, wanneer de Amerikaanse organisatie type ‘LANDCENT’ werd aangenomen. LANDCENT (Land Forces Central Europe) was het voormalig militair hoofdkwartier van de NAVO (Allied Land Forces Central Europe) in Heidelberg, Duitsland en stond voor de integratie van de Amerikaanse strijdkrachten in de vaste NAVO-structuren.

Tot het einde van de Battle Dress, op 1 januari 1980, werden de grote eenheden aangeduid op de mouwen door middel van badges: het Korps en de Divisie van de Interventiemacht, de drie militaire omschrijvingen van de Binnenlandse Strijdkrachten, telkens met een weerkerende symboliek: een kop van een heraldische leeuw of een staande leeuw.

Overzicht heraldiekzones op uniform Klikbare zones op een uniform met codes voor de verschillende heraldieke onderdelen. S – Schoudertitel (max. 2) S V3 – Brevetzone (max. 1) V3 V4 – Brevetzone (max. 1) V4 F2 – Brevetzone (max. 1) F 2 F1 – Graad (LuM, Mar, MD), kroon RSM, CSM, korpskorporaal F 1 F1 – Graad (LuM, Mar, MD), kroon RSM, CSM, korpskorporaal F 1 E1 – Eervolle onderscheidingen E1 V7 – Brevetzone Para B V7 S – Schoudertitel (max. 2) S W – Schouderzone W W – Schouderzone W K – Kraagspiegel- of brevetzone K K – Kraagspiegel- of brevetzone K V6 – Brevetzone (max. 1) V6 V5 – Naamplaatje, Brevetzone (max. 1) V5 V2 – Brevetzone (max. 1) V2 V1 – Brevetzone (max. 1) V1 U1 – Eenheidshanger U1

Inhoudstafel

Schoudertitel Brigade Piron

De Majoor stafbrevethouder Jean Piron neemt in september 1942 het bevel over het 1ste Bataljon Fuseliers, wanneer de Belgische troepen in Groot-Brittannië worden gereorganiseerd. Twee groeperingen worden opgericht: Groepering I onder Majoor Piron met de operationele eenheden, Groepering II bevat de administratieve diensten en het depot. Men spreekt vanaf dan niet meer van het 1ste Bataljon Fuseliers, noch van het 2de, dat niet compleet is. In de plaats komen drie gemotoriseerde eenheden, gehecht aan de 1ᵉ Groepering. Dit wordt op 21 januari 1943 de Eerste Belgische Onafhankelijke Groepering (First Belgian Independent Group, in de volksmond Brigade Piron).

In 1943, tijdens een vergadering, lanceert de Luitenant-kolonel Piron het idee om een badge in het leven te roepen, in de stijl van de Britse badges. Men stelde meteen een leeuwenkop voor, zoals die op de metalen helm van het Belgische leger stond, gedragen van 1915 tot 1940; deze zou op een omgekeerde driehoek in de nationale kleuren worden geplaatst,

Wanneer de ‘Brigade Piron’ op 3 september 1944 de Belgische grens nabij Rongy oversteekt, stellen ze vast dat het de verzetsgroepering Geheim Leger een gelijkaardige badge draagt… Snel werd voor de nieuwe 1ste Brigade een andere badge ontworpen, deze keer geïnspireerd op de badge van de 21st (UK) Army Group: een gele leeuwenkop in geel op een rood, Latijns kruis, het geheel op een zwart schild. Deze badge werd in juni 1945 overgenomen door de 1ste Infanteriedivisie van de bezettingstroepen in Duitsland.

Zone S | Links

Schoudertitel COMMANDO

De Belgische 4th Troop van het N° 10 (Inter-Allied) Commando werd opgericht op 27 juli 1942 in Groot-Brittannië en stond onder bevel van kapitein Georges Danloy. De eenheid, bestaande uit ongeveer 100 vrijwilligers, kreeg een intensieve opleiding in Achnacarry (Schotland) en verwierf daar de groene baret. Vanaf december 1943 nam zij als eerste Belgische landeenheid sinds 1940 opnieuw deel aan gevechten, onder meer in Italië (Sangro, Garigliano), later in Joegoslavië en tijdens de bevrijding van Walcheren in Nederland. Tegen het einde van de oorlog groeide het Belgische contingent, met de oprichting van de N° 9 en N° 10 Troops, uit tot het grootste niet-Britse onderdeel binnen het commando. In mei 1945 werd de eenheid omgevormd tot het Commando Regiment.

De Belgische commando’s droegen, naast de bekende Combined Operations-badge, ook de schoudertitel COMMANDO of 10 COMMANDO. Aanvankelijk in witte letters op kaki ondergrond, werd deze kort na 1950 vervangen door een zwarte ondergrond, zoals die vandaag nog gebruikt wordt.

Zone S | Links & rechts

Schoudertitel COMMANDO SIGNALS

Sinds 26 januari 2023 draagt het personeel van 6 Gp CIS de schoudertitel COMMANDO SIGNALS. De eenheid is historisch verbonden met de 4th Troop van het N° 10 Inter-Allied Commando en neemt deze traditie over, onder meer door het dragen van de groene baret.

Daarnaast werd een nieuw baretembleem ingevoerd dat de link tussen de CIS-gemeenschap en de paracommando’s benadrukt. Het dragen van de schoudertitel en paracommando-insignes weerspiegelt de integratie van 6 Gp CIS binnen het Special Operations Regiment.

Historisch gezien maakten verbindingsspecialisten deel uit van de Commando-brigades en werden zij flexibel ingezet bij verschillende eenheden, afhankelijk van de operationele noden.

Interessante site om te bezoeken: Signal Troops of the Special Service (Commando) Brigades

Zone S | Links & rechts

Schoudertitel S.A.S.

In mei 1942 werd in het Verenigd Koninkrijk een Belgische onafhankelijke parachutistencompagnie opgericht. In het voorjaar van 1944 werd de compagnie omgevormd tot een Special Air Service (SAS)-eskadron en werd geïntegreerd in de SAS-brigade onder Brits bevel, samen met twee Britse en twee Franse SAS-bataljons. Na verloop van tijd kwamen binnen de SAS-brigade schoudertitel met de aanduiding ‘S.A.S.’ in gebruik, die ook door de Belgische SAS werden gedragen.

Zone S | Links & rechts

Schoudertitel voor luchtlandingstroepen

In mei 1942 werd in het Verenigd Koninkrijk een Belgische onafhankelijke parachutistencompagnie opgericht. In het voorjaar van 1944 werd de compagnie omgevormd tot een Special Air Service (SAS)-eskadron en werd geïntegreerd in de SAS-brigade onder Brits bevel, samen met twee Britse en twee Franse SAS-bataljons. De SAS-brigade werd een onderdeel van het Army Air Corps (AAC), een organisatie die de Britse luchtlandingstroepen administratief overkoepelde, met inbegrip van het eerder opgerichte Parachute Regiment en Glider Pilot Regiment. De kledijvoorschriften van het AAC waren, vanaf de integratie in de SAS-brigade, ook van toepassing op de Belgische SAS-eenheid en voorzagen in het dragen van een bordeauxrode baret (door de Belgen al onofficieel gedragen sinds 1942) en mouwinsignes voor luchtlandingstroepen. De mouwinsignes bestonden uit een paar bordeauxrode vierkanten met daarop de lichtblauwe silhouetten van Bellerophon op het gevleugelde paard Pegasus uit de Griekse mythologie, met versies voor linker- en rechtermouw in elkaars spiegelbeeld. De mouwinsignes werden door de Belgen gedragen na de integratie in de SAS-brigade in 1944.

Zone S | Links & rechts

Schoudertitel Korea

Sinds 1 Sept 1955 dragen de militairen van 3 Para de badge van het Korps Vrijwilligers van Korea 1950-1953 op de linkermouw. Het is de kop van een leeuw, op een blauw kruis, verwijzend naar de VN-troepen in de Koreaanse oorlog, tussen de armen de Belgische kleuren.

Zone S | Links

Schoudertitel Cyber Force

Symbolen en betekenis

De uil: symbool van wijsheid

  • Dag en nacht actief.
  • Volledig stil tijdens de vlucht
  • Gesloten vleugels -> beschermend, defensief
  • Open vleugels -> optimistisch, klaar voor actie
3 lagen van de cyber ruimte
4 actievelden
Tweezijdige speer symboliseert de 2 commando’s, bovendien is de speer gemaakt met code “<..>”
Signaal, communicatie
Gerichte locaties
Zone S | Links